Naar hoofdinhoud
De gemeente bepaalt met welke ouders een gesprek wordt aangegaan en op welk moment. Daarbij kunnen veel verschillende factoren een rol spelen, soms ook factoren die meer met omstandigheden te maken hebben dan met de leerling zelf. Hieronder staan enkele voorbeelden. Een leerling zonder belemmering (in de zin van de verordening) nadert de leeftijd (11 jaar) waarop zelfstandig reizen verondersteld wordt. Het gesprek kan gaan over de verantwoordelijkheid van ouders om de leerling te leren om zelfstandig te reizen dan wel om de leerling zelf te brengen en halen. Een leerling van 11 jaar gaat met de taxi naar een SBO-school. De verwachting is dat hij / zij naar regulier voortgezet onderwijs zal doorstromen. De gemeente wil de leerling stimuleren om in de laatste jaren van de SBO-school al te leren om zelfstandig met openbaar vervoer te reizen. Een leerling gaat naar een cluster-4-school die naar verhouding dicht bij huis is, waardoor de kans groter is dat de leerling kan leren om er lopend of met de fiets zelfstandig naar toe te reizen. Een leerling of het gezin veroorzaakt incidenten in of rond het taxivervoer. Soms is zulk wangedrag een teken dat de leerling juist gebaat is bij de uitdaging om zelfstandig te reizen. De gemeente werkt in de toekomst mogelijk met vrijwilligers die leerlingen trainen om zelfstandig naar school te reizen. Vrijwilligers begeleiden bij voorkeur leerlingen die niet te ver bij hun uit de buurt wonen. Dat kan een reden zijn voor een gesprek met die gezinnen. Een leerling gaat als enige met aangepast vervoer naar een bepaalde school, waardoor de taxi geheel of voor een aanzienlijk deel van de rit uitsluitend voor deze leerling reist. De kosten liggen in dat geval vaak erg hoog. Dit kan een reden te zijn om prioriteit te geven aan deze leerling bij het onderzoeken en stimuleren van de eigen kracht.

Rechtspraak bij dit artikel