Voor de toepassing van deze beleidsregels worden in elk geval, maar niet uitputtend, de onderstaande begripsomschrijvingen gehanteerd:
Agrarisch bedrijf: een bedrijf gericht op het houden van dieren of het telen van gewassen.
Agrarisch bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan ten behoeve van een bedrijf in de vorm van een akkerbouwbedrijf, tuinbouwbedrijf of een dierhouderij, dan wel in de vorm van een combinatie daarvan.
Arbeidsmigrant: een persoon uit een EU-land, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland die in Nederland tijdelijk- en/of seizoenswerk verricht maar in het land van herkomst het hoofdverblijf heeft en aldaar in hoofdzaak dus resideert. Als ook een persoon die van buiten de EU komt met een Nederlandse werkvergunning.
Basisregistratie Personen (BRP): in de BRP staan persoonsgegevens van inwoners in Nederland (de ingezetenen) en van personen in het buitenland die een relatie hebben met de Nederlandse overheid (de niet-ingezetenen).
Bedrijf: Een bedrijf dat als economische zin als een eenheid moet worden beschouwd is dat in elk geval wanneer: Eén (of meerdere) vennootschap(pen) die statutair in de gemeente Drechterland gevestigd zijn en zich binnen de gemeente Drechterland op een of meerdere min of meer aaneengesloten bouwvlakken (gezamenlijk) richt(en) op economische activiteiten die gericht zijn op het produceren van agrarische goederen.
Bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of terrein slechts bedoeld voor één huishouden, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw (de gebouwen) of het terrein, noodzakelijk is. Een bedrijfswoning bevindt zich binnen een bestemmingsvlak “Bedrijf” of “Agrarisch”.
Beheerplan: een document waarin wordt aangegeven hoe de leefbaarheid ter plekke en in de directe omgeving gegarandeerd wordt.
Bestaand agrarisch bedrijfsgebouw: een feitelijk bestaand en legaal gebouw binnen de bestemming ‘Agrarisch’ met een aangeduid bouwvlak dat gebruikt wordt ten behoeve van de uitvoering van een volwaardig agrarisch bedrijf.
Bestaand gebouw: een gebouw dat krachtens een bouwvergunning of een omgevingsvergunning bouwen aanwezig is op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels.
Grootschalige zelfstandige huisvesting: het bedrijfsmatig bieden van nachtverblijf voor arbeidsmigranten op een autonome locatie of niet gesitueerd op het agrarisch bedrijfsperceel bij het agrarisch bedrijf waar de gehuisveste personen in dienst zijn.
Hoofdverblijf: daar waar een persoon en/of huishouden zijn centrale levensplaats heeft, waarbij beslissend is waar zich het middelpunt van de persoonlijke en economische belangen en de sociale en maatschappelijke activiteiten van de persoon en/of het huishouden bevindt.
Huishouding: bij een huishouden is er sprake van continuïteit in de samenstelling van de groep alsmede van onderlinge verbondenheid. Een groep bewoners bestaande uit arbeidsmigranten hebben veelal niet de intentie om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. Bij tijdelijk verblijf vanaf vier maanden geldt een inschrijfverplichting in de BRP, maar de inschrijving in het BRP is niet doorslaggevend voor de beoordeling of sprake is van een huishouding.
Huisvesting: het aanbieden van tijdelijk verblijf aan arbeidsmigranten, niet inhoudende wonen in het hoofdverblijf/verblijf in de vorm van recreatief verblijf. Bij tijdelijk verblijf vanaf vier maanden geldt een inschrijfverplichting in de BRP, maar de inschrijving is niet doorslaggevend voor de beoordeling of sprake is van hoofdverblijf.
Locatie: een locatie bestaat uit een of meerdere fysieke plaatsen waar uitoefening van agrarische economische activiteit plaatsvindt dat zij economisch gezien als een geheel moeten worden beschouwd en als zodanig in aanmerking komt voor slechts eenmaal de maximale mogelijkheden uit het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten zoals dat in dit document is neergelegd.
Logies: het gebruik van een woning of ander gebouw als zijnde tijdelijke huisvesting met een niet-permanent karakter waarbij de gebruiker het hoofdverblijf elders heeft.
Onzelfstandige verblijfsruimte: een verblijfsruimte binnen een complex, zonder eigen keuken of sanitair geschikt voor het verblijven van maximaal 2 personen.
Reguliere woning: een woning die volgens het geldend bestemmingsplan is bestemd tot Wonen-1/Wonen-2/Wonen-Stolp/Wonen-Lint 1/Wonen-Lint 2/Wonen-Woongebouw, niet zijnde een bedrijfswoning.
Verblijfseenheid: het geheel maximaal 2 onzelfstandige verblijfsruimten rondom één keuken en sanitairvoorziening binnen een complex.
Verblijfsruimte: een (-complex van) verblijfseenheid (-verblijfseenheden) uitsluitend bedoeld voor het bieden van huisvesting aan EU-arbeidsmigranten.
Wonen: het door (het huishouden van) een natuurlijk persoon zodanig gebruiken van een gebouw dat daar permanent geleefd wordt volgens de algemeen in Nederland gangbare opvattingen over alle aspecten van gebruik die horen bij regulier woongebruik. Het wonen, vindt aldus plaats in het hoofdverblijf.
Woning: een complex van ruimten uitsluitend bedoeld voor het wonen door één afzonderlijk huishouden.
Artikel 1.