** 1. .** In het kader van deze Regeling is Bijzondere Bijstand mogelijk voor noodzakelijke medicijnen of behandelingen die niet of niet volledig vergoed worden door de zorgverzekeraar, alsmede voor enkele specifieke verstrekkingen.
** 2. .** Onder de in het eerste lid bedoelde specifieke verstrekkingen worden alleen verstaan: brillen, lenzen, gehoorapparaten (hoortoestellen), gebitsprothese, orthopedisch schoeisel, steunzolen en een rollator (voor binnen en/of voor buitengebruik).
** 3. .** Bijzondere Bijstand als bedoeld in het eerste lid, kan worden verstrekt indien er sprake is van aantoonbare kosten door gebruik van noodzakelijke medicijnen, behandelingen of de in het tweede lid bedoelde verstrekkingen, die gedeclareerd waren bij de zorgverzekeraar, maar die niet (volledig) vergoed worden door de zorgverzekeraar. Voor de rollator geldt dat er een nota moet zijn waaruit blijkt wat de kosten ervan bedragen.
** 4. .** Aangenomen wordt dat de medicijnen, behandelingen of de in het tweede lid bedoelde verstrekkingen noodzakelijk waren, als uit het overzicht van de zorgverzekeraar blijkt dat er kosten zijn gemaakt bij een arts, fysiotherapeut, specialist, ziekenhuis of apotheek die niet voor vergoeding in aanmerking kwamen. De noodzaak van een rollator is aangetoond als iemand gebruik maakt van een Wmo-voorziening ten behoeve van de mobiliteit, of een verklaring van een huisarts of wijkverpleegkundige kan overleggen waarin staat dat een rollator voor deze persoon noodzakelijk is.
** 5. .** De hoogte van de kosten voor medicijnen, behandelingen of verstrekkingen als genoemd in het eerste lid, die niet vergoed worden door de zorgverzekeraar, dient minimaal € 75,- per persoon, per kalenderjaar te bedragen.
**6. .** Bij aanvragen voor de vervanging van een rollator geldt dat de kosten voor een nieuwe rollator alleen vergoed worden als aangetoond kan worden dat vervanging noodzakelijk is.
** 7. .** De hoogte van de Bijzondere Bijstand als bedoeld in het eerste lid, bedraagt een forfaitair bedrag van € 250,- per persoon, per kalenderjaar voor mensen die geen arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV ontvangen en –met ingang van 2018 - € 100,- per persoon, per kalenderjaar voor diegenen die wel een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV ontvangen en recht hebben op een forfaitaire vergoeding van het UWV.
** 8. .** Indien de forfaitaire vergoeding niet is toegekend op grond van het feit dat de kosten niet hoog genoeg waren om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming en in een daarop volgend jaar, kosten uit 2015 of latere jaren, alsnog bij de klant in rekening worden gebracht, dan is het mogelijk om in hetzelfde kalenderjaar ook een forfaitaire vergoeding toe te kennen over 2015 of een later jaar waarin deze Regeling van kracht is. Voorwaarde hiervoor is, dat aangetoond moet worden dat over dat verstreken kalenderjaar werd voldaan aan het gestelde in artikel 5, tweede of derde lid, artikel 6 en artikel 10, vijfde lid van deze Regeling.
** 9. .** Indien een forfaitair bedrag als bedoeld in lid 7 voor de wettelijke eigen bijdrage voor een gehoorapparaat of een gebitsprothese niet toereikend is, dan is een aanvulling op dit bedrag mogelijk vanuit de Individuele Bijzondere Bijstand, echter zonder draagkrachtberekening.
Artikel 10
Bijzondere Bijstand voor niet vergoede zorgkosten
Onderdeel van Zorgkostenregeling 2020 gemeente Midden-Drenthe