Naar hoofdinhoud
1.. Bij de verlening van een tegemoetkoming TONK wordt rekening gehouden met de draagkracht van de aanvrager. 2.. Bij de vaststelling van de draagkracht uit vermogen wordt rekening gehouden met het vermogen voor zover dat hoger is dan de voor de aanvragen geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 3, lid 1. 3.. De draagkracht uit inkomen wordt vastgesteld op 50% van het meerinkomen van de aanvrager en eventuele partner, waarbij geldt: Onder meerinkomen wordt verstaan het verschil tussen het netto maandinkomen inclusief vakantietoeslag van de aanvrager en de op hem van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag op grond van de Participatiewet. Indien de vakantietoeslag over het netto inkomen niet bekend is en handmatig berekend moet worden, dient de vakantietoeslag berekend te worden op grond van artikel 11 Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. Als het een inkomen uit onderneming betreft dan geldt: bruto omzet – kosten = bruto inkomen – 17% belastingen en premies = netto inkomen. 4.. Voor een alleenstaande ouder die geen uitkering ontvangt van de gemeente wordt het meerinkomen, zoals bepaald in lid 3 van dit artikel, afgezet tegen de norm van een alleenstaande ouder vermeerderd met de alleenstaande-ouderkop zoals deze door de Belastingdienst wordt uitbetaald. De hoogte van het bedrag alleenstaande-ouderkop is opgenomen in artikel 2, lid 6 van de Wet op het Kindgebonden Budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel