**1..** Het college kan de cliënt in aanmerking laten komen voor beschermd wonen indien de cliënt:
is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe problematiek;
niet geholpen is met 24-uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit al dan niet gecombineerd met respijtverblijf in een instelling; en
met beschermd wonen in staat wordt gesteld om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
**2..** Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning wordt geboden.
**3..** Een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen wordt gesteld in de vorm van een zorgarrangement waarvoor geldt dat:
het zorgarrangement betrekking heeft op de aard van de noodzakelijke begeleiding en het bijbehorend toezicht;
de inzet van het zorgarrangement mede afhankelijk is van de omstandigheden en mogelijkheden van de cliënt zoals die door het college zijn vastgesteld tijdens het onderzoek als bedoeld in art. 2.3.2 van de Wmo.
**4..** Het college kan nadere regels stellen over de zorgarrangementen
**5..** Elk zorgarrangement kan worden aangevuld met de maatwerkvoorziening dagactiviteit al dan niet met vervoer naar de locatie waar de dagactiviteit wordt geboden.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12