**1..** Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of een pgb zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt.
**2..** Bij materiële voorzieningen is de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt gelijk aan de afschrijvingstermijn van de vergelijkbare in natura verstrekte voorzieningen.
**3..** Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
de onderhoudsplichtige ouder; en
degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
**4..** De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in de voorgaande leden genoemd tezamen bedraagt, onverminderd artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo € 19,- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan beide partners pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt tezamen.
**5..** De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, doch ten hoogste € 19,- per maand, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**6..** De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan de hoogte van dat budget.
**7..** In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor volgende maatwerkvoorzieningen:
sportvoorzieningen;
bezoekbaar/logeerbaar maken van een woning;
tijdelijke huisvesting;
huurderving;
het verwijderen van een woonvoorziening;
woonsanering;
voorzieningen in algemene ruimten (bv galerijophoging, deurautomaat op centrale toegangsdeur);
verhuis- en herinrichtingskosten.
**8..** In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze bijdrage bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.20