In aanvulling op het gestelde in artikel 2.1.10 komt een cliënt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten van:
de aanschaf, aanpassing en het onderhoud van een sportvoorziening als uit het in artikel 2.1.4 bedoelde onderzoek blijkt dat de cliënt ondersteuning nodig heeft voor sporten in het kader van zelfredzaamheid en participatie, waarbij geldt dat:
de gebruiksduur van de sportvoorziening minimaal drie jaar is en bij technische keuring moet blijken dat deze technisch niet meer functioneel is; en
de hoogte van de financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening maximaal € 3.000,- bedraagt.
een verhuizing en herinrichting als uit het in artikel 2.1.4. bedoelde onderzoek blijkt dat verhuizing naar een aangepaste of eenvoudig aan te passen woning, gelet op de beperkingen van de cliënt, een goedkoopst passende bijdrage levert aan zijn zelfredzaamheid en participatie, waarbij geldt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming maximaal € 3.250,- bedraagt.
gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi, waarbij geldt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming maximaal € 540,- per jaar bedraagt.
Het college kan in afwijking van het bepaalde in lid 1 een hogere financiële tegemoetkoming toekennen indien de in lid 1 opgenomen bedragen zo ver afstaan van de werkelijke kosten van de compenserende maatregel, dat de financiële tegemoetkoming geen passende bijdrage meer levert aan het verminderen of wegnemen van de gevolgen van de beperkingen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.10b