Aan een werknemer met een arbeidsbeperking die een meeneembare voorziening nodig heeft, kan een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan worden toegekend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal 6 maanden noodzakelijk om de medewerker zijn werk te kunnen laten uitvoeren;
er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week;
er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening;
de meeneembare voorziening behoort niet tot de standaarduitrusting van de medewerker en is evenmin algemeen gebruikelijk binnen de betreffende branche; en
de kosten van de mee te nemen voorziening zijn proportioneel.
In afwijking van lid 1 onder b. kan een meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaats met behoud van uitkering.
Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de medewerker tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.27