**1..** Wanneer er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw wordt de uitkering verlaagd.
**2..** Wanneer sprake is van onverantwoord interen van vermogen dan wordt de verlaging als volgt afgestemd op het benadelingsbedrag:
bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: geen verlaging;
bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 6 maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 2.500,00 tot € 5000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 9 maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 5000,00 tot € 12.500,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 12 maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 12.500,00 tot € 50.000,00: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 18 maanden;
bij een benadelingsbedrag van € 50.000,00 of meer: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende 24 maanden.
**3..** Een verlaging van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand wordt opgelegd wanneer er sprake is van:
geen of te late aanvraag doen voor een voorliggende voorziening;
het niet nakomen van de verplichting tot het instellen van een alimentatievordering;
door eigen toedoen niet behouden van betaalde arbeid;
een loonsanctie
**4..** [vervallen]
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.13