In aanvulling op de artikelen 2.1.10 en 2.1.10a kan een cliënt in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding individueel indien de cliënt door beperkingen niet in staat is zonder ondersteuning zijn zelfredzaamheid of participatie te behouden of te vergroten. Dit kan zich voordoen bij de volgende ondersteuningsbehoeften:
het aanleren, behouden of herstellen van praktische vaardigheden;
het aanbrengen van structuur of het voeren van regie over het dagelijks leven;
het vergroten of behouden van de zelfredzaamheid;
het vergroten of behouden van maatschappelijke participatie en het voorkomen van sociaal isolement.
Het college maakt bij de toekenning van begeleiding individueel onderscheid naar de mate van complexiteit en regieverlies van de situatie van de cliënt:
Regulier: indien de problematiek niet dermate complex is dat een hoge graad van deskundigheid nodig is in de omgang met de cliënt of om escalaties te voorkomen;
Specialistisch: indien sprake is van complexe of onvoorspelbare situaties die specifieke deskundigheid vereisen;
Casusregie: indien sprake is van meervoudige problematiek waarbij coördinatie tussen meerdere betrokken partijen noodzakelijk is;
Specialistisch persoonsgericht maatwerk: indien sprake is van zeer complexe problematiek in combinatie met veiligheidsvraagstukken of maatschappelijke onrust, die een hoog niveau van deskundigheid en intensieve begeleiding vraagt. Een persoonsgerichte aanpak is noodzakelijk.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.10f
Aanvullende voorwaarden begeleiding individueel
Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL