Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het wordt verstrekt.
De hoogte van de bijdrage voor het gebruik van een of meerdere van de voorzieningen in het vorige lid genoemd tezamen bedraagt ten hoogste het in 2.1.4a, vierde lid van de Wmo genoemde bedrag.
De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening.
De kostprijs van een:
voorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening zelf maakt;
voorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van dat budget.
In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen, producten of diensten
rolstoelen;
tijdelijke huisvesting;
het verwijderen van een woonvoorziening;
voorzieningen in algemene ruimten waaronder galerijophoging of deurautomaat op centrale toegangsdeur;
een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt;
het product specialistisch persoonsgericht maatwerk;
het product kortdurend verblijf;
In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo is de cliënt met een indicatie voor het collectief vraagafhankelijk vervoer een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik daarvan en de paskosten. Deze bijdrage bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het openbaar vervoer.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.20
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL