Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.5

Onderzoek

Onderdeel van INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE VEENENDAAL

Na ontvangst van een aanvraag voert het college een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3 van de wet uit. Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk in overleg een afspraak voor een gesprek met de jeugdige of zijn ouders. Gedurende het onderzoek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. Indien het college daarom verzoekt, behoort hiertoe ook een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders, het sociale netwerk en voor zover van toepassing de cliëntondersteuner, en voor zover nodig: wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, ontwikkeling en de gezinssituatie van de jeugdige; of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen bij de jeugdige en om welke problemen het concreet gaat; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; welke hulp gelet op de vastgestelde problematiek naar aard en omvang nodig is om de jeugdige in staat te stellen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid of voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te kunnen participeren; of en in hoeverre de eigen kracht van de jeugdige of ouders of ondersteuning van het sociale netwerk toereikend zijn de hulpvraag (geheel of gedeeltelijk) op te lossen; voor zover de eigen kracht ontoereikend is, of het inzetten van een algemeen toegankelijke voorziening de hulpvraag geheel of gedeeltelijk kan oplossen; of en welke ondersteuning aanvullend nodig is in de vorm van een individuele voorziening; hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige of zijn ouders; indien van toepassing, de manier waarop een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, welzijn, sport en cultuur. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders over de mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een pgb waarbij in begrijpelijke bewoordingen wordt uitgelegd wat de gevolgen zijn van die keuze. Het college kan, met instemming van de jeugdige of ouders, informatie opvragen bij andere instanties, zoals de huisarts, en met deze in gesprek gaan over de problemen en de meest passende hulp. Het college wint, met in achtneming van artikel 2.1, van het Besluit Jeugdwet, een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Dit advies wordt uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van een adviseur die beschikt over een registratie als professional: bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd; bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register. De jeugdige en zijn ouders zijn verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek. Als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt of meewerken aan het onderzoek en de benodigde jeugdhulp hierdoor niet kan worden vastgesteld, kan door het college de aanvraag worden afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel