Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf

Artikel 5.19

Plicht tot afkoppelen

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1ste tranche

1.. Bij het oprichten van een nieuw hoofdgebouw op een perceel geldt: indien het betreffende perceel grenst aan het oppervlaktewater, het hemelwater hierop moet worden geloosd; het hemel- en grondwater gescheiden van het overige water moet worden aangeleverd aan de perceelgrens, als het niet op eigen terrein kan worden verwerkt. 2.. Bij het veranderen van een bestaand hoofdgebouw op een perceel geldt: het college kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaarvuilwaterriool. Eenzelfde gebiedsaanwijzing kan door het college worden gedaan ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen 3. . Indien het college een gebied als bedoeld in het tweede lid onder a aanwijst geldt: het college kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt; bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt het college rekening met het gemeentelijk rioleringsplan; de gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 12de week na de dag waarop zij bekend is gemaakt; het college kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedswijziging, indien van de eigenaar van het bouwwerk,   open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het   hemelwater kan worden gevergd; op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. 4. . Op een drukriool mag geen hemelwater en/of drainagewater worden aangesloten. Drukriolering kan daarmee worden beschouwd als een aangewezen gebied als bedoeld in het  tweede lid onder a.

Rechtspraak bij dit artikel