Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf

Artikel 7.12

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Medemblik 1ste tranche

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de volgende houtopstanden te vellen: houtopstanden die vermeld staan op de lijst met waardevolle en monumentale bomen (bijlage 3 bomenlijst); houtopstanden in de openbare ruimte van de gemeente Medemblik. 2.. Een vergunningsplicht zoals genoemd in lid 1 a en b van dit artikel geldt niet voor: houtopstand(en) buiten de bebouwde kom die beschermd zijn op grond van Hoofdstuk 4, artikel 4.1 t/m 4.9 van de Wet Natuurbescherming; houtopstanden die moeten worden geveld krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; periodiek knotten, kandelaberen of kandelaren als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen, gekandelaarde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud en dunnen van een houtopstand. 3.. Een vergunning kan door het bevoegd gezag worden geweigerd op grond van onder andere: alternatieven waarbij de houtopstand kan worden gespaard; natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; landschappelijke waarde van de houtopstand; waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; beeldbepalende waarde van de houtopstand; cultuurhistorische waarde van de houtopstand; waarde van de houtopstand voor de recreatie en leefbaarheid en concreetheid en haalbaarheid van het project. 4.. Onder belang van verlening kan vallen een situatie waarbij naar het oordeel van het bevoegd gezag sprake is van ernstige overlast. 5.. De vergunning tot vellen vervalt 1 jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning, tenzij het bevoegd gezag een langere termijn, tot een maximum van 3 jaar, noodzakelijk acht vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel