Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Uitgangspunten lijkbezorging van gemeentewege

Onderdeel van BELEIDSREGELS UITVOERING ARTIKEL 20 TOT EN MET 22 WET OP DE LIJKBEZORGING (OVERHEIDSZORG) Inleiding

Het uitgangspunt van de Wlb is dat de lijkbezorging geen primaire taak van de overheid is. Het is een taak van de burgers om die zorg voor elkaar te dragen. Daarom zijn de nabestaanden van de overledene in eerste plaats verantwoordelijk voor het (laten) verzorgen van een uitvaart. Deze nabestaanden kunnen ook vrienden, kennissen of buren zijn. Volgens de wetgever moet het duidelijk zijn dat lijkbezorging geen taak van de overheid is, maar om te participeren en deze zorg voor elkaar te dragen. Hierdoor noemt de wetgever nadrukkelijk geen specifieke persoon die aansprakelijk en verantwoordelijk is voor de lijkbezorging en bepaalt daarom ook niet wie de meest betrokken nabestaande zou zijn. Zodra werkelijk niemand in de lijkbezorging voorziet of geen initiatief wordt ondernomen, moet de burgemeester daarvoor zorg dragen. Uitgangspunt van de Wlb is dat deze wet primair bedoeld is om lijkbezorging te regelen van mensen zonder nabestaanden. Zijn er wel nabestaanden, dan moet nagegaan worden of de nabestaanden bereid zijn om opdracht te geven voor de lijkbezorging. Wanneer dit niet het geval is, dan is de burgemeester verantwoordelijk. De kosten komen ten laste van de gemeente, die het wettelijke recht heeft om de kosten te verhalen op de nalatenschap en de nabestaanden. Het leidende principe van de Wlb is dat de gemeente in het belang van de volksgezondheid en openbare orde voor de lijkbezorging zorg draagt en dat nabestaanden de kosten voor hun rekening nemen en deze niet afwentelen op de belastingbetaler. Het is dus zaak om nabestaanden te manen tot het ondernemen van actie. Deze kan bijvoorbeeld bestaan uit het sluiten van een lening, het houden van een inzameling onder familie en vrienden of het aanvragen van bijzondere bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel