Naar hoofdinhoud
Hoe verloopt het proces van lijkbezorging, welke stappen moet de gemeente zetten en welke keuzes moeten worden gemaakt? Het gaat van start met een melding dat er een overledene is, waarover niemand zich ontfermt, hoogstwaarschijnlijk afkomstig van hulpverleners, zoals huisarts, verpleeg- of verzorgingshuis, ziekenhuis, politie, uitvaartondernemers e.d. Volgens artikel 20 Wlb moet de melding uiterlijk op de derde dag na het overlijden worden gedaan. Hierna volgen de volgende stappen: Vaststellen identiteit overledene; Overbrengen overledene naar mortuarium; Onderzoek nabestaanden; Nabestaanden verzoeken de uitvaart te regelen; Eventueel beheersmaatregelen; Onderzoek naar testament of codicil. Beleidsregel 1: De opdracht tot uitvaart wordt uiterlijk op de vierde werkdag na het overlijden gegeven. Na het overlijden moet de lijkbezorging uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden plaats vinden (artikel 16 Wlb). De opdracht tot uitvaart wordt doorgaans uiterlijk op de vierde werkdag na het overlijden gegeven. De beschreven werkzaamheden worden binnen die termijn verricht. Hoe bindend is de termijn? In artikel 16 Wlb is de maximale termijn van zes werkdagen gesteld. Onder bijzondere omstandigheden is het mogelijk om daarvan af te wijken. De burgemeester heeft de bevoegdheid om een andere termijn aan te stellen na het raadplegen van een arts. Deze situatie kan aan de orde komen wanneer er bijvoorbeeld een vermoeden is van een niet- natuurlijke dood of bij het ontbreken van duidelijkheid over de identiteit van de overledene. Deze mogelijkheid om van de wettelijke termijn af te wijken is niet bedoeld voor de gevallen waarbij het onderzoek naar mogelijke nabestaanden nog niet is afgerond binnen de termijn. Om deze reden is de wettelijke termijn verlengd tot zes werkdagen met ingang van 1 januari 2010. Mandaat? Formeel gezien is de burgemeester verantwoordelijk voor de uitvoering van de artikelen 20 tot en met 22a Wlb. Deze uitvoering is gemandateerd aan de teamleider KCC.

Rechtspraak bij dit artikel