Het kan voorkomen dat de overledene zich in een afgesloten ruimte bevindt waar geen toegang toe bestaat. Hierdoor wordt de burgemeester verhinderd om uitvoering te geven aan de lijkbezorging. Volgens artikel 21, tweede lid Wlb mag de burgemeester of ambtenaar van politie zonder toestemming van de bewoner de woning betreden. De formulering van artikel 21, tweede lid Wlb is in overeenstemming met de Algemene wet op het binnentreden. De weigering tot afgifte van een stoffelijk overschot is strafbaar ingevolge artikel 81, aanhef en onderdeel 2 Wlb. Het verhinderen of belemmeren van een lijkschouwing, dan wel een poging daartoe, is strafbaar ingevolge artikel 80, aanhef en onderdeel 8 Wlb.
Voor het binnentreden van de woning van de overledene terwijl het lijk buiten de woning gevonden is, ontbreekt in de Wlb een wettelijke titel. De gemeente Harlingen hanteert als uitgangspunt dat de woning van de overledene slechts zelfstandig wordt betreden ingeval het lijk zich daarin bevindt. In andere gevallen zal de woning niet anders dan met toestemming van- en tevens vergezeld van een nabestaande (bijv. partner, familie, kennis), die in het bezit is van de sleutel van de woning, worden betreden.
Voor werkzaamheden als het afsluiten van nutsvoorzieningen, opzeggen van de huur, ontruimen van de woning en dergelijke geeft de gemeente geen opdracht. Veelal zal er een nabestaande zijn die deze taak op zich neemt.
Alleen als zich een situatie voordoet waarbij concreet gevaar voor de openbare orde/veiligheid bestaat en niemand anders bereid en in staat blijkt hierin direct op adequate wijze te voorzien zal de burgemeester met gebruikmaking van de op grond van artikel 172 Gemeentewet gegeven bevoegdheid hierin (laten) voorzien.
Artikel 2.3
Betreden van de woning
Onderdeel van BELEIDSREGELS UITVOERING ARTIKEL 20 TOT EN MET 22 WET OP DE LIJKBEZORGING (OVERHEIDSZORG) Inleiding