**3.1.** Een inwoner die zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen, of die dit kan leren, komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor vervoer.
**3.2.** Een inwoner die door een beperking niet zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor collectief vraagafhankelijk vervoer wanneer
uit onderzoek een structurele vervoersbehoefte blijkt én
in de vervoerbehoefte niet kan worden voorzien met inzet van voorliggende mogelijkheden.
**3.3.** Behalve openbaar vervoer zijn (niet limitatief) ook de volgende mogelijkheden voorliggend:
fiets, e-bike, aangepaste fiets, rolstoelfiets,
eigen auto, deelauto, auto-aanpassing,
gehandicaptenvoertuig (bijv. Canta),
rolstoel, scootmobiel en vergelijkbare hulpmiddelen,
gebruikelijke hulp (brengen en halen door anderen),
de Plusbus en ander vrijwilligersvervoer.
**3.4 .** Een maatwerkvoorziening voor collectief vervoer kan bestaan uit:
Een pas (“de Wmo-pas”) waarmee een maximaal aantal kilometers worden gereisd met collectief vraagafhankelijk vervoer.
Routevervoer naar dagbesteding, groepsbehandeling of vergelijkbaar.
**3.5.** Bij het onderzoek naar een maatwerkvoorziening voor collectief vraagafhankelijk vervoer wordt de specifieke vervoerbehoefte van de inwoner onderzocht en vertaald in een jaarlijks kilometerbudget.
**3.6.** De specifieke vervoerbehoefte wordt vastgesteld aan de hand van de vaste bestemmingen van de inwoner en enkele algemene reisdoelen.
**3.7.** De Wmo-pas is bedoeld voor alledaags vervoer binnen 25 kilometer van de woning, met uitzondering van:
vervoer naar werk (inclusief beschut werk, vrijwilligerswerk e.a.),
vervoer naar onderwijs,
vervoer naar behandeling,
vervoer vanwege de dagbesteding of de zorgverzekeraar, als de inwoner een Wlz-indicatie heeft.
**3.8.** Het jaarlijks kilometerbudget is even groot als de specifieke vervoerbehoefte, maar is nooit hoger dan een maximaal aantal kilometers.
Heeft de inwoner de beschikking over een scootmobiel of vergelijkbaar hulpmiddel voor lokale verplaatsingen, dan is het kilometerbudget niet hoger dan 375 kilometer per jaar.
Heeft de inwoner geen beschikking over zulke hulpmiddelen, dan is het kilometerbudget niet hoger dan 750 kilometer per jaar.
**3.9.** In bijzondere gevallen kan een kilometerbudget boven de gestelde maxima worden toegekend. Dit geldt uitsluitend als de inwoner:
Geen gebruik kan maken van de Plusbus. Dan gelden als maxima 750 en 1500 kilometer.
Een partner of kind of ouder bezoekt in een instelling en hierdoor het gebruikelijke maximum wordt overschreven.
Met regelmaat naar behandeling reist en de zorgverzekeraar een aanvraag van de inwoner voor een vervoervoorziening aantoonbaar heeft afgewezen.
**3.10.** Aan het gebruik van de Wmo-pas kunnen algemene beperkingen worden verbonden in bestemmingen, tijden, tarieven, reservering en ritplanning, dit om te bevorderen dat de inwoner gebruik maakt van voorliggende voorzieningen.
**3.11.** Aan de Wmo-pas kunnen puntbestemmingen worden verbonden die de Wmo-pas tegen het gebruikelijke tarief kunnen worden bereisd, ook wanneer ze voor de inwoner meer dan 25 kilometer van het woonadres liggen.
**3.12.** Aan de Wmo-pas van een inwoner kunnen enkele bijzondere indicaties worden verbonden wanneer het reguliere vervoer niet passend is voor de inwoner. Gaat de behoefte van de inwoner verder dan de mogelijkheden van deze indicaties, dan wordt ter bescherming van de inwoner en andere reizigers geen Wmo-pas toegekend.
Artikel 3
Collectief vraagafhankelijk vervoer
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar