Naar hoofdinhoud
1.. Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, tevens het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, alsmede het verdagen van een beslissing en het buiten behandeling stellen van een aanvraag. 2.. Een besluit wordt niet in mandaat, maar door het bestuursorgaan zelf genomen, indien de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen. 3.. Indien redelijkerwijs te verwachten is dat een beslissing omstreden is en om een eigen afweging door het bestuursorgaan vraagt, is voorafgaande kennisgeving van het besluit aan het bestuursorgaan vereist. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: een voornemen of besluitvorming tot het sluiten van een inrichting; als betrokkenen gegroepeerd zijn in bijvoorbeeld een actiecomité; als er publicitaire belangstelling is of wordt verwacht; als er met betrekking tot een dossier raadsvragen gesteld zijn; het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, richtlijnen, voorschriften, of een advies als bedoeld in afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht; advies nodig is van andere afdelingen/teams en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leiden; het besluit overschrijding van budgetten, kredieten of onvoorziene uitgaven kan inhouden; in geval van ongewone voorvallen: bij (dreigende) ernstige gevolgen voor het milieu en/of slachtoffers. 4.. Besluiten die genomen worden op grond van ondermandaat worden – in verband met het waarborgen van het vier-ogen principe- niet ondertekend door degene die het besluit ook heeft voorbereid/opgesteld, tenzij het ondermandaat wordt uitgeoefend door een functionaris met leidinggevende bevoegdheden.

Rechtspraak bij dit artikel