Na de opening van de vergadering kan elke aangemelde spreker gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren. Voor het inspreken is maximaal twintig minuten gereserveerd in de agenda.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers, als er meer dan vier sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, moet dit uiterlijk op de dag waarop de vergadering plaatsvindt, voor 12.00 uur melden aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, e-mailadres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
Raadsleden worden in staat gesteld om verduidelijkende vragen te stellen aan sprekers.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 13.