Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:

berekening van de boete als bedoeld in artikel 18a, lid 1 Participatiewet of artikel 20a, lid 1 IOAW/IOAZ

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen houdende regels omtrent de nadere invulling inzake oplegging van boetes (Beleidsregels Boetes Gemeente Achtkarspelen)

a.. In alle gevallen van een schending van de inlichtingenplicht (met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 2, sub c van deze beleidsregels) waarbij sprake is van een benadelingsbedrag en een boete moet worden opgelegd is de hoogte van de boete op basis van gewone verwijtbaarheid in principe 50% van het benadelingsbedrag met een maximum van € 8200,- (bedrag per 1 juli 2016). b.. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat betrokkene redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn gedrag, dat te omschrijven is als “ernstige onachtzaamheid” of “laakbare slordigheid”, tot gevolg kon hebben dat hij teveel of ten onrechte uitkering zou ontvangen is de hoogte van de boete op basis van grove schuld in principe 75% van het benadelingsbedrag met een maximum van € 8200,- (bedrag per 1 juli 2016)2 In de praktijk zal de boete als gevolg van de aangiftegrens van € 50.000,- nooit meer bedragen dan € 50.000,- (€ 75.000,- bij recidive) . c.. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat betrokkene moedwillig de inlichtingenlicht heeft geschonden om er financieel beter van te worden of willens en wetens de kans heeft willen aanvaarden dat hij een overtreding zou plegen is de hoogte van de boete op basis van opzet in principe 100% van het benadelingsbedrag met een maximum van € 82.000,- (bedrag per 1 juli 2016) . d.. Ten aanzien van het hanteren van de boete-categorieën “grove schuld” en “opzet” ligt de bewijslast bij het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel