**1..** Het college legt een maatregel op als de belanghebbende volgens het college onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef toont om zelfstandig in het bestaan te voorzien.
**2..** Daarnaast legt het college een maatregel op als de belanghebbende niet of onvoldoende zijn verplichtingen nakomt die voortvloeien uit de wet, met uitzondering van de verplichtingen genoemd in artikel 17, eerste lid, van de wet.
**3..** Het college legt ook een maatregel op indien de belanghebbende zich ernstig misdraagt tegen het college of de met de uitvoering van de wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.
**4..** Indien de belanghebbende zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan maatregelwaardige gedragingen wordt bij de bepaling van de zwaarte van de maatregel hiermee rekening gehouden.
**5..** Het college stemt, indien er door bijzondere omstandigheden dringende redenen zijn, de maatregel af op de omstandigheden van de belanghebbende en zijn mogelijkheden middelen te verkrijgen.
**6..** Voor de niet-geüniformeerde verplichtingen houdt het college voor de vaststelling van de maatregel ook rekening met de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten.
Hoofdstuk 1
Artikel 2