**1..** De voorwaarden om voor subsidie in het kader van deze regeling in aanmerking te komen, zijn hieronder opgenomen.
De kinderopvangorganisatie:
staat ingeschreven in het LRK met een VE-aanbod.
toont aan dat zij werken met een sector eigen kwaliteitszorgsysteem en sluiten aan bij de van toepassing zijnde kwaliteitseisen voor VVE.
is ISO gecertificeerd en/of beschikt over een welzijnscertificaat/kwaliteitslabel.
voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Wet OKE, Wet IKK en de eisen van de Onderwijsinspectie.
heeft een meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld en geïmplementeerd.
is toegankelijk voor alle peuters van 2 tot 4 jaar uit de gemeente Brunssum.
biedt aan doelgroepkinderen met VVE-indicatie een aanbod aan van 16 uur VVE. De niet-doelgroepkinderen ontvangen een aanbod van minimaal 8 uur VVE per week.
draagt zorg voor een goede pedagogisch en didactische doorgaande lijn van VVE naar de basisschool, in samenwerking en afstemming met alle partners.
is verplicht om gebruik te maken van NIPIA, de VVE-monitor. Alle gegevens van de peuters en hun ontwikkeling worden consequent in deze monitor bijgehouden. De periodieke gebruikersoverleggen inzake Nipia worden bijgewoond.
geeft, indien er wachtlijsten zijn, voorrang aan doelgroepkinderen met een VVE-indicatie.
plaatst alleen kinderen woonachtig in de gemeente Brunssum. Een uitzondering kan gemaakt worden indien er in de brede school waarin de kinderopvang is gehuisvest, een vrije plaats beschikbaar is en de ouder gebruik kan maken van de KOT en de ouder voornemens is om het kind bij 4-jarige leeftijd te laten doorstromen naar de gekoppelde Brunssumse basisschool in de brede school.
zorgt voor een nauwe samenwerking tussen de kinderopvangorganisatie en de basisscholen. De samenwerking bestaat ten minste uit periodiek overleg tussen de koppels, teneinde een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie te realiseren. Tevens organiseren de koppels per jaar minimaal 3 gezamenlijke activiteiten en voeren de koppels minimaal 1 gezamenlijk thema uit in de brede scholen.
neemt deel aan het integraal VVE-koppelsoverleg, dat bestaat uit alle VVE-koppels. Dit overleg vindt 3 – 4 keer per jaar plaats.
organiseert minimaal 2 bijeenkomsten per jaar voor ouders in het kader van VVE-thuis. Minimaal 50% van de ouders van een doelgroepkind neemt deel aan deze bijeenkomsten.
is minimaal 40 weken per jaar geopend, gelijk aan de lesweken van het basisonderwijs.
werkt samen met de ouders m.b.t. de ontwikkeling van hun kinderen. Alle gesprekken met ouders worden gevoerd, zoals in Nipia is aangegeven. Dit betreft startgesprekken, voortgangsgesprekken en zorggesprekken met ouders. De uitkomsten hiervan worden in Nipia geregistreerd.
zorgt na toestemming van de ouders voor een warme overdracht van de gegevens over de ontwikkeling van het kind bij doorstroom naar de basisschool.
het CMWW geeft minimaal 2x per jaar inzage in de besteding van de subsidie en de hoogte van de ontvangsten uit de uurprijs. De overige kinderopvanginstellingen verantwoorden achteraf hoeveel kinderen zijn bereikt met een VE-aanbod, hoeveel doelgroepkinderen zijn bereikt en of aan de verplichtingen uit deze regeling is voldaan.
zorgt voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en pedagogisch coach conform de wet- en regelgeving.
**2..** Voor kinderopvangorganisaties die niet zijn gehuisvest in de brede scholen en wel gebruik willen maken van deze subsidieregeling, gelden dezelfde subsidievoorwaarden zoals genoemd in lid 1. Dit betekent onder andere dat deze kinderopvangorganisaties met meerdere scholen dienen samen te werken en op diverse scholen de warme overdracht organiseren.
**3..** De kinderopvangorganisaties dienen bij de subsidieaanvraag aan te tonen dat zij aan alle voorwaarden zoals genoemd in lid 1 kunnen voldoen.