In deze beleidsregel worden de volgende afkortingen en begrippen gehanteerd:
a.
Awb:
Algemene wet bestuursrecht;
b.
bijstandsnorm:
de op de leef- en woonsituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet inclusief de van toepassing zijnde zoals bedoeld in paragraaf 3.3 van de wet, inclusief reservering vakantiegeld;
c.
belanghebbende:
degene die een rechtstreeks en concreet belang heeft bij een besluit;
d.
bijstandsgerechtigde:
de persoon die bijstand heeft aangevraagd of aan wie (mede) bijstand is toegekend op grond van de wet;
e.
college:
het college van burgemeester en wethouders van Best;
f.
ex-echtgenoot:
de gewezen echtgenoot of de gewezen geregistreerde partner;
g.
fraudevordering:
het benadelingbedrag als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende van de inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 17 van de wet;
h.
huwelijk:
het huwelijk of geregistreerd partnerschap;
i.
jong meerderjarige:
persoon van 18 jaar of ouder maar jonger dan 21 jaar;
j.
LBIO:
Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen;
k.
niet verwijtbare vordering:
vordering, die ontstaan is doordat in een bepaalde periode te veel of ten onrechte bijstand is verstrekt, zonder dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalatigheid van de belanghebbende zelf;
l.
NVvR:
Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak;
m.
onderhoudsplichtige:
degene die een financiële bijdrage in de kosten van het levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of een rechterlijke uitspraak;
n.
Rv:
wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
o.
verwijtbare vordering:
vordering, die ontstaan is doordat in een bepaalde periode te veel of ten onrechte bijstand is verstrekt, waarbij er sprake is van verwijtbaar handelen of nalatigheid van de belanghebbende zelf maar waarbij geen sprake is van een fraudevordering.
Hieronder wordt onder andere verstaan:
- bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening of borgtocht en die teruggevorderd wordt op grond van artikel 58 lid 2 aanhef sub b en c van de wet omdat de belanghebbende de verplichtingen verbonden aan de geldlening niet of niet behoorlijk is nagekomen;
- bijstand die op grond van art. 52 wet is verstrekt in de vorm van een voorschot en die teruggevorderd wordt op grond van artikel 58 lid 2 aanhef sub d van de wet omdat belanghebbende na het ontvangen van het voorschot geen inlichtingen meer verstrekt om het definitieve recht op bijstand vast te stellen;
p.
WSNP:
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
q.
Wet:
Participatiewet, of voor zover op de terugvordering of verhaal van toepassing, de Wet werk en bijstand zoals die gold tot 1 januari 2015.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal uitkeringen Best 2021