Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal uitkeringen Best 2021

1.. Indien mogelijk dient de belanghebbende de vordering in één keer af te lossen uit inkomen dan wel vermogen. 2.. Indien aflossing in één keer niet mogelijk is, vindt de aflossing van de vordering in maandelijkse termijnen plaats. Uitgangspunt voor de berekening van de hoogte van de maandelijkse aflossing is een betaling van 10% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. Als het inkomen van belanghebbende hoger is dan de op belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan wordt tevens 50% van het netto-inkomen boven de bijstandsnorm als aflossingscapaciteit in aanmerking genomen. 4.. Op grond van bijzondere individuele omstandigheden kan de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag op verzoek van belanghebbende afwijkend van lid 1, 2 en 3 worden vastgesteld. 5.. Voor zover een overeengekomen betalingsverplichting stipt en correct wordt nagekomen gedurende de aflossingstermijn, wordt het aflossingsbedrag niet meer gewijzigd, tenzij in het terugvorderingsbesluit bij de oplegging van de betalingsverplichting anders is bepaald. 6.. De betalingstermijn als bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt tenminste 6 weken. 7.. Er dient terugbetaald te worden uiterlijk op de eerste dag van de tweede maand volgend op het versturen van het terugvorderingsbesluit. 8.. Als er tussen het versturen van het terugvordering besluit en de eerste dag van de tweede maand hierop volgend geen betalingstermijn van minimaal 6 weken is, verschuift de betalingsdatum één maand. 9.. Bij beëindiging van de uitkering vindt altijd een heronderzoek plaats en wordt bezien of het aflossingsbedrag dient te worden gewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel