Sportverenigingen die subsidie ontvangen voor het bevorderen van sportdeelname (artikel 5:a) dienen, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar, te verantwoorden hoe de ontvangen subsidie is ingezet voor het bevorderen van sportdeelname. Indien de subsidie onvoldoende is ingezet voor het beoogde doel, dan kan de subsidie worden teruggevorderd.