Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager voor wie:
sprake is van een inkomensterugval die volgens opgave van de aanvrager verband houdt met de coronacrisis; en
de financiële draagkracht niet meer toereikend is voor de betaling van de noodzakelijke woonkosten voor de eigen woning of huurwoning; en
andere regelingen niet of onvoldoende toereikend zijn; en
voldoet aan de voorwaarden die verder in deze beleidsregels worden gesteld.
Van een inkomstenterugval als bedoeld in het eerste lid is sprake bij een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval van minimaal 25% in het inkomen op de peildatum 1 januari 2021 ten opzichte van het inkomen op 1 januari 2020.
Als voorwaarden voor een tegemoetkoming TONK geldt dat de aanvrager op de peildatum 1 januari 2021:
zijn of haar hoofdverblijf heeft in de gemeente ’s-Hertogenbosch;
van de door hem of haar bewoonde woning huurder is, waarbij het gaat om de huur van een zelfstandige woning, dan wel daarvan eigenaar of mede-eigenaar is, en
ouder is dan 18 jaar;
bij een gehuurde woning, woonwagen of woonboot moet de huur hoger zijn dan € 752,33 per maand;
aanvrager woont op de aanvraagdatum voor tegemoetkoming TONK in de onder b bedoelde woning.
Bij gehuwden of samenwonende aanvragers is het voldoende als één van hen voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het vorige lid.
Artikel 2
– Voorwaarden tegemoetkoming TONK
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) II