In afwijking van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (paragraaf 2.3.1 van dit handelingskader) mogen publieke plaatsen geopend zijn voor publiek voor kunst- en cultuurbeoefening, indien de beheerder er zorg voor draagt dat:
het publiek gereserveerd heeft voor groepsverbanden van ten hoogste twee personen van achttien jaar en ouder, tenzij het gaat om personen die vallen onder een uitzondering als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 of personen als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, van de Wpg, en groepslessen aan niet meer dan twee personen van achttien jaar en ouder worden gegeven per docent;
hij het publiek placeert, tenzij de kunst- en cultuurbeoefening daardoor niet op gepaste wijze kan worden beoefend;
geen toeschouwers toegelaten worden;
hij het publiek in de gelegenheid stelt de volgende gegevens beschikbaar te stellen ten behoeve van de mogelijke uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst:
volledige naam;
datum en tijdstip van aankomst;
e-mailadres; en
telefoonnummer;
hij toestemming vraagt voor de verwerking en overdracht van de onder d bedoelde gegevens ten behoeve van de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst. Daarbij wordt vermeld dat het geven van deze toestemming vrijwillig is;
de onder d genoemde gegevens op zodanige wijze worden verwerkt dat daarvan geen kennis kan worden genomen door ander publiek;
de onder d genoemde gegevens uitsluitend worden verwerkt voor de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst, veertien dagen worden bewaard en daarna worden vernietigd;
hij bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck uitvoert;
ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan;
op een erf behorende bij de publieke plaats ten hoogste dertig personen als publiek aanwezig zijn.
Handhavingslijn locaties voor kunst en cultuurbeoefening:
Ondernemers leven het verbod en gestelde voorwaarden na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de organisator (high trust, high penalty);
Bij niet naleving van het verbod, wordt de ondernemer aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing);
Bij een volgende constatering volgt er een (schriftelijke) bestuurlijke waarschuwing vanuit de burgemeester;
Indien geen gehoor wordt gegeven aan de bestuurlijke waarschuwing volgt een sluitingsbevel en/of bestuurlijke maatregel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie;
In specifieke gevallen kan (daarnaast) een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van artikel 58u, derde lid, onder a Wpg;
Bij een volgende overtreding van artikel 58h Wpg volgt opnieuw een (verzwarend) sluitingsbevel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie;
Indien de situatie een exces betreft kan direct tot een spoedsluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet (direct ongedaanmaking/ beëindiging situatie) worden overgegaan en/of proces-verbaal worden opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.7
Openstelling locaties voor kunst- en cultuurbeoefening
Onderdeel van Besluit van de burgemeester van de gemeente Vlaardingen houdende regels omtrent de tijdelijke wet maatregelen COVID-19