In de lopende programmabegroting (2021-2024) zijn de volgende investeringen opgenomen voor vervanging van oeverbeschermingen welke nog voortkomen uit losse bedragen van de voormalige gemeenten en nog niet zijn geharmoniseerd:
2021: € 150.000
2022: € 75.000
2023: € 150.000
2024: -
In 2020 is een inspectie uitgevoerd voor de oeverbeschermingen in gemeentelijk beheer. De inspectie heeft inzicht gegeven in de huidige situatie, namelijk het aanwezige type en materiaal oeverbescherming en de huidige onderhoudsstaat van de oeverbescherming. Op basis van de huidige situatie is voor de planperiode 2021-2030 onderzocht welke oeverbeschermingen aan vervanging toe zijn (slechte of matige staat), inclusief een raming van de kosten voor de werkzaamheden. Op basis van de inspectie en kostenraming is voor de komende 10 jaar (2021-2030) een gemiddeld jaarlijkse investering van € 290.000 nodig voor vervanging van oeverbescherming. Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt meegenomen in het operationeel plan voor rioleringen. Ten opzichte van de huidige jaarlijkse investeringen in de lopende programmabegroting zijn extra investeringsbudgetten vanaf 2022 nodig. In 2021 volstaan de huidige beschikbare middelen. Aanvullend zullen in de Kadernota 2022 de volgende investeringen opgenomen moeten worden om te komen tot de benodigde middelen van € 290.000 per jaar:
Voor 2022: € 215.000
Voor 2023: € 140.000
Voor 2024: € 290.000
Voor 2025: € 290.000
Deze investeringen worden in 40 jaar (rente 0,55%) van de kapitaallasten bedragen afgeschreven en kunnen worden gedekt door het verlagen van het budget onderhoud beschoeiingen. Voor 2023 is dit een verlaging van € 7.075, voor 2024 € 12.425 en voor 2025 € 22.575.
Artikel 7.1.