Naar hoofdinhoud
De vaststelling van de vergoeding voor peuterplaatsen en/of VVE- peuterplaatsen vindt plaats op grond van het aantal bezette peuterplaatsen en het vastgestelde gezinsinkomen van de ouder van wie het kind een peuterplaats heeft bezet. De houder dient voor 1 mei na afloop van het kalenderjaar waarvoor de vergoeding is verleend een aanvraag tot vaststelling in bij het college en verstrekt hierbij een overzicht van het feitelijk aantal bezette peuterplaatsen en/of VVE peuterplaatsen over het voorbije kalenderjaar, de wijze waarop de ouderbijdragetabel voor peuterplaatsen en VVE peuterplaatsen is toegepast en de overige gegevens die het college nodig heeft om de vergoeding vast te stellen. Het college stelt de vergoeding vast binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en de gegevens zoals bedoeld in het tweede lid. Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de houder hiervan schriftelijk in kennis. De beschikking vermeldt het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop verrekening van betaalde voorschotten plaatsvindt. Het College kan een format beschikbaar stellen voor de gevraagde gegevens.

Rechtspraak bij dit artikel