Naar hoofdinhoud
De inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag, wordt door de houder bepaald aan de hand van de VNG adviestabel in bijlage 1 op basis van het verwachte verzamelinkomen over 2019. Dit verwachte inkomen wordt bepaald aan de hand van de door de ouder te overleggen inkomensverklaring. Voor peuteropvang betaalt een ouder zonder recht op kinderopvangtoeslag de inkomensafhankelijke ouderbijdrage tot het fiscaal maximum plus het verschil tussen het fiscaal maximum en de kostprijs van de organisatie. Voor VVE in de peuteropvang, dit is VVE verspreid over vier of vijf dagdelen, betaalt een ouder: a. met recht op kinderopvangtoeslag: voor de eerste 50% van de uren het fiscaal maximum en vraagt kinderopvangtoeslag terug bij de Belastingdienst. Voor de tweede 50% van de uren worden geen kosten in rekening gebracht. b. zonder recht op kinderopvangtoeslag: voor de eerste 50% van de uren de inkomensafhankelijke ouderbijdrage gerelateerd aan het fiscaal maximum. Voor de tweede 50% van de uren worden geen kosten in rekening gebracht. Voor VVE in de kinderopvang (VVE geïntegreerd in dagopvang) vraagt een ouder met recht op kinderopvangtoeslag voor alle uren deze toeslag aan. Indien het recht op toeslag lager is dan de benodigde VVE-uren, ontstaat voor het restdeel recht op een door de gemeente gesubsidieerde plek.

Rechtspraak bij dit artikel