De scheg is een brede groenstrook tussen de woonvelden fase 2 en 3 en dient tevens als overgang van de beide woonvelden naar het open landschap aan de oostkant;
De scheg is tevens wadi voor het tijdelijk opvangen van regenwater en om dit te laten infiltreren in de bodem. De wadi staat meestal droog. Bij stevige of langdurige regenval vult de wadi zich met water;
Inrichting van de scheg met doorzicht naar het landschap:
Aan de zuidkant van de scheg ligt de zandweg Eerste Laan met aan weerszijden twee nieuwe houtwallen. Hiermee loopt het bestaande profiel van de Eerste Laan met zijn beplanting vanuit de woonbuurt Norg Oost door in de nieuwe wijk. De noordelijkste van deze twee houtwallen grenst direct aan de scheg. Deze nieuwe houtwal kan een iets opener beplanting krijgen voor doorzicht naar de scheg en een optimale landschappelijke groenbeleving. De Eerste Laan loopt verder door over de es. In de houtwallen staan:
Struiken en mantelbegroeiing, eventueel met enkele hogere bomen (overstaanders);
Soorten als hulst, hazelaar, krentenboom, vuilboom, sleedoorn, meidoorn, egelantier, ruwe berk, zomereik, zoete kers, lijsterbes;
In de scheg ligt een wadi met een oppervlakte van ca. 4.000 m2 en een diepte van 60 cm. Met glooiende taluds onder een hellingshoek van gemiddeld 1:3. Soms wat flauwer, soms wat steiler;
In de scheg en wadi ligt gras met een bloemmengsel. In het gras staan enkele bomen van de eerste orde:
Op hoger gelegen delen soorten als zoete kers, meidoorn, zomereik, grove den;
Op lager gelegen delen soorten als ruwe berk, zwarte els, boswilg;
De wadi is geschikt voor spelen. Er liggen natuurspeelelementen zoals boomstammen en grote keien.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Scheg
Onderdeel van Beleidsregel openbare ruimte en landschappelijke inpassing Oosterveld fase 2 en 3