Naar hoofdinhoud
1.. De tegemoetkoming wordt verstrekt met ingang van de datum waarop de kinderopvang op sociaal-medische gronden, is begonnen. 2.. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming toegekend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. 3.. De tegemoetkoming kan worden toegekend tot maximaal één maand na de beëindiging van het recht op de tegemoetkoming voor de kinderopvang, voor zover de opvang noodzakelijk wordt geacht. 4.. De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor het aantal uren per maand per kind per berekeningsjaar, waarvoor de inzet van de kinderopvang op sociaal medische gronden naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 5.. De geldigheidsduur van de tegemoetkoming wordt bepaald door een consulent van het team toegang Sociaal Domein, maar is nooit langer dan 6 maanden. Na afloop van deze periode kan de tegemoetkoming weer voor maximaal 6 maanden worden toegekend, nadat de noodzaak van verlenging is vastgesteld door het college en de ouder(s) heeft meegewerkt of in voldoende mate meewerkt aan hulpverlening om de situatie te verbeteren en de noodzaak van kinderopvang weg te nemen. 6.. De ouder doet al het mogelijke om de periode waarin noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo kort mogelijk te laten zijn. 7.. De ouder doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk te laten zijn.

Rechtspraak bij dit artikel