Naar hoofdinhoud
De regels voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn in verschillende wetten opgenomen. Hierin zijn het beleidsplan en het daaropvolgend uitvoeringsprogramma verplicht gesteld. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Hoofdstuk 5 van de Awb biedt het algemeen juridisch kader voor handhaving. Hierin staan regels over het uitvoeren van toezicht en het opleggen van herstelsancties en de bestuurlijke boete. Hoofdstuk 6 bevat algemene bepalingen over bezwaar en beroep. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Per 1 oktober 2010 is de Wabo van kracht. In hoofdstuk 5 van de Wabo wordt aan het bevoegd gezag de taak gegeven om te zorgen voor bestuursrechtelijke handhaving van een groot aantal wetten.5Artikel 5.2 lid 1 onder a Wabo Hieronder vallen onder andere de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet.6Artikel 5.1 Wabo Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen burgemeester en wethouders.7Artikel 2.4 lid 1 Wabo. De gemeente is het eerste aanspreekpunt waar een project in hoofdzaak wordt uitgevoerd. Burgemeester en wethouders beslissen daarom in de meeste gevallen op de aanvraag van een omgevingsvergunning. Besluit omgevingsrecht (Bor)/Ministeriele regeling Omgevingsrecht De Wabo wordt verder uitgewerkt in het Bor en de Mor. Het Bor bevat specifieke regels over de handhavingsorganisatie en het uitvoerings- en handhavingsbeleid. Op deze manier wil de wetgever dat precies wordt vastgelegd welke doelen bestuursorganen zichzelf stellen, welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren en welke werkwijze (methodiek) zij hanteren. Daarvoor is het belangrijk om inzicht te verwerven. Dat kan via het uitvoeren van een risicoanalyse, monitoring en evaluatie. Tot slot is samenwerking en afstemming met andere bestuursorganen en de omgevingsdienst belangrijk.8In de artikelen 7.2 – 7.7 Bor zijn gedetailleerd de eisen beschreven die worden gesteld aan de handhavingsorganisatie en het uitvoerings- en handhavingsbeleid. Landelijke Handhavingstrategie (LHS) Handhavingsinstanties moeten op grond van het Bor een nalevingstrategie hebben. Dat betekent dat een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie moet worden uitgewerkt. Dat wordt in dit VTH-beleid ook gedaan. Daarbij wordt LHS gevolgd. De LHS heeft tot doel om:9Landelijke Handhavingstrategie, p. 2. “[…] uitvoering [te] geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend [te] interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes[te] maken en interventies op vergelijkbare wijze [te] kiezen en toe [te] passen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM.” Met de vaststelling van dit VTH-beleid, maakt de Landelijke Handhavingstrategie ook integraal onderdeel uit van de handhavingstrategie van de gemeente Vlaardingen.

Rechtspraak bij dit artikel