Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.12.2

Zorgplicht besloten plaatsen (niet zijnde beroep of bedrijf)

Onderdeel van Besluit van de burgemeester van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

Op grond van artikel 58l dient degene die bevoegd is tot het aan een besloten plaats, niet zijnde een woning, treffen van voorzieningen of tot het toelaten tot een besloten plaats van personen, ten aanzien van die besloten plaats zorg te dragen voor zodanige voorzieningen of toelating dat de daar aanwezige personen de bij of krachtens de artikelen 58f t/m 58j gestelde regels in acht kunnen nemen. Deze bevoegdheid kan worden ingezet als de verantwoordelijke voor een besloten plaats niet of in onvoldoende mate maatregelen treft die ervoor zorgen dat de daar aanwezige personen de in de Wpg gestelde regels in acht kunnen nemen. Een indicatie hiervoor kan zijn dat de locatie geen maatregelen heeft getroffen waardoor de aanwezigen te allen tijde 1,5 meter afstand tot elkaar kunnen houden. Handhavingslijn: De verantwoordelijke leeft de zorgplicht na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de verantwoordelijke (high trust, high penalty); Bij niet naleving van de zorgplicht, wordt de verantwoordelijke aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing); Bij een volgende constatering volgt er een aanwijzing op grond van artikel 58l, tweede lid Wpg vanuit de burgemeester waarin de burgemeester aangeeft welke maatregelen de verantwoordelijke dient te nemen zodat hij aan zijn zorgplicht voldoet; Indien geen gehoor wordt gegeven aan de aanwijzing, kan een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van artikel 125 Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel