Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3.2.

Voorwaarden openstelling publieke plaatsen

Onderdeel van Besluit van de burgemeester van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19

Voor de publieke plaatsen die geopend mogen zijn, gelden de volgende regels: Een publieke plaats wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat: Degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt; Stromen van publiek gescheiden worden; Hygienemaatregelen getroffen worden. Daarnaast geldt dat een publieke binnenruimte slechts voor publiek mag worden opengesteld, indien per zelfstandige ruimte ten hoogste dertig personen als publiek aanwezig zijn. Dit verbod geldt niet voor: personen tot en met zeventien jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden; bezoekers bij een uitvaart, mits niet meer dan 100 bezoekers aanwezig zijn; personen die beroeps- of bedrijfsmatig podiumkunsten beoefenen of acteren; personen op doorstroomlocaties; personen in voor publiek toegankelijke delen van onderwijsinstellingen, trainingsinstellingen en educatieve instellingen, locaties voor kinderopvang en zorglocaties; personen en activiteiten als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, onder c, d, e en h, van de Wpg; personen die direct zijn betrokken bij een onderzoek ter zitting of het horen in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep. Winkels en locaties met een winkelfunctie Onverminderd hetgeen in paragraaf 2.3.1. is vermeld, mogen winkels en locaties met een winkelfunctie slechts voor publiek worden opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat: publiek slechts twee personen per verdieping of één persoon per 25m² voor publiek toegankelijke winkelvloeroppervlakte worden binnengelaten; niet meer personeel in de winkel of locatie met een winkelfunctie aanwezig is dan strikt noodzakelijk is voor de verkoop van artikelen. Bibliotheken Onverminderd hetgeen in paragraaf 2.3.1. is vermeld, mogen bibliotheken slechts geopend zijn voor publiek indien de beheerder er zorg voor draagt dat: het publiek gereserveerd heeft voor groepsverbanden van ten hoogste twee personen, tenzij het om personen gaat als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 of personen als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, onder a, van de Wpg; hij het publiek, indien mogelijk, placeert in groepsverbanden van ten hoogste twee personen, tenzij het om personen gaat als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder a, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 of personen als bedoeld in artikel 58g, tweede lid, onder a, van de Wpg; hij bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck uitvoert; hij het publiek in de gelegenheid stelt de volgende gegevens beschikbaar te stellen ten behoeve van de mogelijke uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst: volledige naam; datum en tijdstip van aankomst; e-mailadres; en telefoonnummer; hij toestemming vraagt voor de verwerking en overdracht van de onder d bedoelde gegevens ten behoeve van de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst. Daarbij wordt vermeld dat het geven van deze toestemming vrijwillig is; de onder d genoemde gegevens op zodanige wijze worden verwerkt dat daarvan geen kennis kan worden genomen door ander publiek; de onder d genoemde gegevens uitsluitend worden verwerkt voor de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst, veertien dagen worden bewaard en daarna worden vernietigd; de zitplaatsen zo worden ingedeeld dat het publiek op de veilige afstand van elkaar zit; ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan; als publiek slechts één persoon per 25 m² voor publiek toegankelijke oppervlakte tegelijkertijd aanwezig is; niet meer personeel in de bibliotheek aanwezig is dan strikt noodzakelijk is voor het uitoefenen van de bibliotheekfunctie conform de Wet stelsel openbare bibliotheken. Doorstroomlocaties Voor doorstroomlocaties geldt, met uitzondering van een parkeergarage, fietsenstalling, door het college van b&w aangewezen stemlokaal als bedoeld in artikel J4 van de Kieswet of andere locatie die wordt gebruikt ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, luchthaven, station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer behorende voorziening en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften, winkel en warenmarkt, dat deze slechts voor publiek mag worden opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat: het publiek vooraf reserveert voor aankomst in een bepaald tijdvak; het publiek alleen wordt toegelaten in het vooraf gereserveerde tijdvak; bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck wordt uitgevoerd. Een supermarkt mag slechts voor publiek worden opengesteld, indien de beheerder zich inspant om de toegang ten minste twee keer per dag een uur te beperken tot mensen die zichzelf beschouwen als oudere of als kwetsbare persoon. Handhavingslijn: Ondernemers leven het verbod en gestelde voorwaarden na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de organisator (high trust, high penalty); Bij niet naleving van het verbod, wordt de ondernemer aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing); Bij een volgende constatering volgt er een (schriftelijke) bestuurlijke waarschuwing vanuit de burgemeester; Indien geen gehoor wordt gegeven aan de bestuurlijke waarschuwing volgt een sluitingsbevel en/of bestuurlijke maatregel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie; In specifieke gevallen kan (daarnaast) een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van artikel 58u, derde lid, onder a Wpg; Bij een volgende overtreding van artikel 58h Wpg volgt opnieuw een (verzwarend) sluitingsbevel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie; Indien de situatie een exces betreft kan direct tot een spoedsluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet (direct ongedaanmaking/ beëindiging situatie) worden overgegaan en/of proces-verbaal worden opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel