Naar hoofdinhoud
Bij het bepalen van het recht op een tegemoetkoming vindt geen vermogenstoets en geen draagkrachttoets plaats. Ten aanzien van het criterium dat de inkomensterugval het gevolg moet zijn van de coronacrisis, kan worden volstaan met een verklaring van de aanvrager dat dit het geval is. Ten aanzien van het criterium dat sprake moet zijn van een substantiële inkomensterugval geldt dat het netto-inkomen in de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag minstens 20% lager moet zijn in vergelijking tot januari 2020. Het college vraagt hierover de relevante bewijsstukken op. Als de betreffende maand niet representatief is voor de gehele periode 1 januari tot en met 30 september 2021, ligt het op de weg van aanvrager om het college hier genoegzaam van te overtuigen. Onder inkomen wordt in ieder geval verstaan: inkomen uit arbeid, inkomen uit een uitkering, inkomen uit verhuur en inkomen uit partner- of kinderalimentatie. Het gaat om het inkomen van de individuele aanvrager. Er vindt geen partnertoets plaats, tenzij dit voor de aanvrager gunstiger is. Op de aanvrager zijn de uitsluitingsgronden van artikel 13 van de wet niet van toepassing. De noodzakelijke kosten, als bedoeld in artikel 4, moeten zich in het individuele geval daadwerkelijk voordoen. Er wordt maximaal 1 tegemoetkoming per huishouden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel