Naar hoofdinhoud
In de afgelopen jaren en met het opstellen van de methodiek 2016-2020 en 2021-2024 is duidelijk geworden dat sommige activiteiten zich niet lenen voor de reguliere wijze van toezichtplanning voorafgaand aan ieder werkplanjaar. Dit zijn dan veelal activiteiten/situaties die ad hoc voorkomen en onmiddellijke actie vereisen. In dit hoofdstuk benoemen we deze activiteiten en beschrijven we op welke wijze de toezichtcapaciteit de komende jaren zal worden ingezet. In de tabel hieronder is per activiteit een risicoscore toebedeeld. De scores zijn reeds in 2014 toebedeeld en hebben naar aanleiding van brainstormsessies met accounthouders en toezichthouders enige aanpassing gehad. De betekenis van deze risicoscore en de bijbehorende prioriteit wordt verder toegelicht per activiteit in de subhoofdstukken hieronder. In de bijlage is toegelicht hoe deze scores zijn bepaald. Prioriteit Risicoscore Betekenis Zeer hoog >14 100% toezicht Hoog >10 en ≤14 Inzet op risicovolle handelingen Gemiddeld >6 en ≤10 Risico gestuurde controles Laag ≤6 Steekproefsgewijze controles Met de inzet op deze activiteiten wordt ook invulling gegeven aan de landelijke prioriteiten die voor de gemeenten als bevoegd gezag van belang zijn, nl.: Bodem en grondstromen: ketenhandhaving bij bodemsanering en grondverzet. Asbest: Ketentoezicht op bouw - en sloopafval. Voor de het uitvoeren van de VTH-taken met betrekking tot asbest is een apart gemeentelijk uitvoeringsbeleid vastgesteld waarin het basis uitvoeringsniveau is vastgelegd. De landelijke prioriteiten worden afgestemd in de strategische Milieukamer. Bij deze afstemming gaat het om de voor het straf- en bestuursrecht gemeenschappelijke prioriteiten. In de Strategische Milieukamer hebben zitting: het OM (Functioneel parket), de Inspecteurs-generaal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie en een vertegenwoordiging van de OD’s. Naast bodem en asbest zijn er nog een aantal landelijke prioriteiten, maar daar is de gemeente niet het bevoegd gezag, bijv. BRZO-bedrijven, het opsporen verboden consumentenvuurwerk en het handelen of houden van beschermde dieren en planten.

Rechtspraak bij dit artikel