Iedere raadsvergadering geeft ruimte voor mondelinge vragen. De voorzitter bepaalt de duur hiervan.
Raadsleden die tijdens de raadsvergadering vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste om 12.00 uur op de dag voorafgaand van de raadsvergadering bij de voorzitter.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld op basis van spoedeisendheid en actualiteit alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenuur worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 33.
Mondelinge vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Leidschendam-Voorburg 2021