Burgers hebben de mogelijkheid in te spreken op agendapunten van een commissievergadering.
Als onderwerpen niet in een commissievergadering zijn geagendeerd, maar rechtstreeks in de raadsvergadering worden behandeld, wordt inwoners in deze raadsvergadering de gelegenheid geboden, in te spreken. Uitgezonderd hiervan zijn raadsvoorstellen met betrekking tot de Lijst van ingekomen stukken, de afgedane toezeggingen, afgedane moties en benoemingen.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12 uur op de dag van de van de vergadering aan de griffie onder vermelding van naam, contactgegevens en het onderwerp waarover het woord gevoerd wil worden.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Het spreekrecht duurt maximaal dertig minuten, tenzij de voorzitter in het belang van de orde van de vergadering anders bepaalt.
De voorzitter of een raadslid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 35.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Leidschendam-Voorburg 2021