Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › PARAGRAAF 1.

Artikel 7.

Oproep en agenda

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Leidschendam-Voorburg 2021

De voorzitter zendt ten minste elf werkdagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. In spoedeisende gevallen kan het Presidium na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Op basis van art. 17 tweede lid Gemeentewet kan de raad een debat aanvragen als tenminste 1/5 deel van de raad daarom verzoekt. De voorzitter zendt in dit geval ten minste 5 werkdagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. Op basis van art 17 tweede lid Gemeentewet kan, indien de burgemeester het nodig oordeelt, hij de raad bijeen roepen. Ingeval van grote spoedeisendheid, ter beoordeling aan de burgemeester, vindt deze raadsvergadering plaats op de dag en tijdstip dat de burgemeester noodzakelijk acht, ongeacht de oproeptermijn uit het eerste en vijfde lid van dit artikel; De voorlopige agenda van een debat op grond van het vijfde of zesde lid van dit artikel bevat alleen het onderwerp met spoedeisend karakter, aangevuld eventueel met het spreekrecht van inwoners en stukken ter bekrachtiging van geheimhouding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel