Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12 uur op de dag van de van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van naam, contactgegevens en het onderwerp waarover het woord wordt gevoerd.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
Het spreekrecht duurt maximaal dertig minuten, tenzij de commissievoorzitter in het belang van de orde van de vergadering anders bepaalt.
De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
HOOFDSTUK 2. › PARAGRAAF 2.
Artikel 15.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Leidschendam-Voorburg 2021