Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer sprake is van boven gebruikelijke hulp, waarbij de hulpvraag groter is dan de gebruikelijke hulp, kan individuele ondersteuning worden toegekend als de benodigde hulp de eigen kracht overstijgt en er geen mogelijkheden zijn in het sociale netwerk, andere- of algemene voorzieningen. 2.. Wanneer de hulp als opgenomen in lid 1 korter bedraagt dan 3 maanden dan wordt deze geduid als gebruikelijke hulp en wordt deze geduid als gebruikelijke hulp en wordt geen individuele ondersteuning toegekend. 3.. Indien bij het leveren van (boven)gebruikelijke hulp aan de jeugdige bij de ouders sprake is van (dreigende) overbelasting, blijkend onder meer uit: Angst of gespannenheid; Depressie; Gedragsproblemen; Lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen; dan kan het college tijdelijk een individuele voorziening toekennen totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven. 4.. Bij het onderzoek naar de eigen kracht kan ook financiële situatie van de jeugdige of zijn ouders worden betrokken waarbij aansluiting wordt gezocht bij de normen vanuit NIBUD. 5.. In artikel 2.1.12 van de Verordening zijn de voorwaarden voor het pgb neergelegd. Het college moet zich er bij het toekennen van een pgb van overtuigen dat wordt voldaan aan de voorwaarden. Desgevraagd verschaft de jeugdige of zijn ouders de daarvoor noodzakelijke inlichtingen of gegevens en verleent zijn medewerking aan het onderzoek. 6.. Bij de beoordeling als bedoeld in lid 1 wordt het in bijlage 1 opgenomen Afwegingskader gehanteerd als richtlijn. 7.. Het college verstrekt een pgb aan een jeugdige of zijn ouders indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de jeugdige of zijn ouders. De jeugdige of de ouders hebben een budgetplan opgesteld. In het budgetplan staat: hoe het pgb besteed gaat worden; welke resultaten worden behaald met het pgb; en, hoe wordt voldaan aan de hierna gestelde voorwaarden onder sub b. t/m e.; de jeugdige of zijn ouders kunnen motiveren dat de door het college gecontracteerde individuele voorzieningen niet passend zijn in zijn specifieke situatie. Belangrijke motieven om te kiezen voor een pgb in plaats van zin zijn onder meer: hulp is vooraf niet goed in te plannen; hulp is op ongebruikelijke tijden nodig; er is op veel korte momenten per dag hulp nodig; er is op verschillende locaties hulp nodig; hulp dient 24 uur per dag op afroep beschikbaar te zijn; er is één vaste, vertrouwde hulpverlener noodzakelijk; er is aantoonbaar vernieuwde hulpverlening nodig. de jeugdige of zijn ouders worden door het college voldoende in staat geacht om - al dan niet met ondersteuning van het sociale netwerk, een curator, bewindsvoerder, mentor of gemachtigde – het pgb te beheren en alle taken die hieraan verbonden zijn, uit te voeren. de jeugdhulp, die met het pgb wordt ingekocht, is volgens het college van voldoende kwaliteit. De jeugdhulp is veilig, doeltreffend en cliëntgericht. Professionele jeugdhulpaanbieders die uit een pgb worden betaald, moeten voldoen aan de eisen die bij Jeugdwet aan de aanbieders van jeugdhulp in natura worden gesteld. Ook wanneer het pgb wordt aangewend om hulp uit het sociale netwerk te betalen is er een aantal voorwaarden. Deze zijn opgenomen in bijlage 1 Afwegingskader. de jeugdige of zijn ouders zijn bereid de kosten die uitstijgen boven de kostprijs van de naar het oordeel van het college adequate individuele voorziening in natura zelf te bekostigen. 8.. Indien de jeugdige of zijn ouders een pgb wenst, controleert het college of een eerder besluit waarmee een pgb is toegekend, is ingetrokken onder toepassing van artikel 8.1.4 van de wet. Het college kan in voorkomende gevallen het pgb weigeren. Bij toepassing van deze weigeringsgrond hanteert het college een termijn van in ieder geval drie jaar gelegen voor het verzoek om een pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel