**1..** Het college stelt de noodzakelijkheid van het verstrekken van een tegemoetkoming vast door middel van:
een sociaal medisch advies van een door het college aangewezen onafhankelijk sociaal medisch adviseur;
een onderzoek naar de leefsituatie van het gezin en de (opvang)mogelijkheden in het eigen sociale netwerk; en,
het in kaart brengen welke andere mogelijkheden tot een (structurele) oplossing kunnen leiden.
**2..** Van het opvragen van sociaal medisch advies als bedoeld in lid 1 onder a. kan worden afgezien, als naar het oordeel van het college op basis van het door de ouder(s) geleverde schriftelijk advies van een onafhankelijk sociaal medisch adviseur in voldoende mate is aangetoond dat sprake is van ernstige sociaal medische problematiek die kinderopvang noodzakelijk maakt.
**3..** Het sociaal medisch advies bevat in ieder geval:
de redenen voor de noodzaak van kinderopvang;
de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht; en,
de geldigheidsduur van de indicatie.
**4..** Onderstaande adviseurs worden in ieder geval aangemerkt als onafhankelijk sociaal medisch adviseurs die door middel van een schriftelijk advies een indicatie kunnen geven omtrent de sociaal-medische problematiek op grond waarvan kinderopvang noodzakelijk wordt geacht:
een verpleegkundige of arts van het consultatiebureau, GGD of thuiszorg;
een psycholoog/therapeut;
een psychiater;
een huisarts;
**5..** Als het eigen netwerk of een andere - of algemeen toegankelijke voorziening kan voorzien in het oplossen van de (tijdelijke) sociaal of medische problemen van het gezin, dan ziet het college af van de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie.
Artikel 5