Het college betrekt bij de beoordeling of een in artikel 4.1.7 van de Verordening bedoeld scholingstraject wordt aangeboden ook:
Indien van toepassing, het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de werkzaamheden uitvoert:
de scholingswens van de belanghebbende; en
de capaciteiten van de belanghebbende.