Naar hoofdinhoud
1.. Het college verricht het heronderzoek, in die gevallen dat de heronderzoekstermijn niet in het Bbz is vastgelegd, binnen twaalf maanden: na de ingangsdatum van de uitkering; of indien de uitkering met terugwerkende kracht is toegekend; na de aanvraagdatum van de uitkering; na de datum waarop het besluit naar aanleiding van het laatst verrichte heronderzoek werd genomen; of indien tot een zodanig besluit geen aanleiding bestond; na de datum waarop het laatste heronderzoek is verricht. 2.. Het college kan voor categorieën van uitkeringsgerechtigden en voor te onderzoeken gegevens en omstandigheden termijnen vaststellen die afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn; de termijn bedraagt niet meer dan achttien maanden. 3.. Het college neemt op basis van het beëindigingsonderzoek uiterlijk zes maanden na de laatste maand waarin betaling van de uitkering heeft plaatsgevonden een besluit, met betrekking tot de wederzijds tussen de gemeente en belanghebbende resterende verplichtingen en de afwikkeling daarvan, met uitzondering van de definitieve vaststelling van de uitkering.

Rechtspraak bij dit artikel