Naar hoofdinhoud
1.. Het college bepaalt op individuele basis op welke wijze belanghebbende aan kan tonen over het gewenste taalniveau te beschikken. 2.. Documenten waaruit het taalniveau blijkt zijn in ieder geval: een certificaat of diploma van een onderwijsinstelling dan wel trainingsbureau waaruit blijkt dat men de Nederlands taal beheerst op het gewenste taalniveau; een controleerbaar Curriculum Vitae of referentie waaruit blijkt dat belanghebbende werkzaam is (geweest) in een bedrijf waar Nederlands de voertaal is; een Arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat belanghebbende werkzaam is (geweest) in een bedrijf waar Nederlands de voertaal is; een diploma voortgezet onderwijs (of hoger); een beschikking van vrijstelling van de Inburgeringsplicht op grond van artikel 2.3 t/m 2.5 van het Besluit Inburgering; een ander door de belanghebbende overlegd document waaruit het taalniveau naar voren komt.

Rechtspraak bij dit artikel