Naar hoofdinhoud
Om voor een maatwerkvoorziening voor lokaal verplaatsen in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het onderzoek alle mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Dat kunnen ook fietsen in bijzondere uitvoering zijn, zoals fietsen met trapondersteuning en dergelijke. Het gewone openbaar vervoer (OV) of de buurtbus kunnen ook voorliggend zijn, voor alle of voor bepaalde verplaatsingen op langere afstanden. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden om mee te rijden met huisgenoten, mantelzorgers of vrijwilligers. Omvang en vorm van de vervoersbehoefte Als het college een maatwerkvoorziening dient te verstrekken wordt allereerst gekeken waaruit de vervoersbehoefte van de cliënt bestaat. Daarbij wordt gekeken naar de persoonskenmerken en (vervoers-)behoefte op de korte en lange afstanden, de frequentie en het motief van de verplaatsingen en eventuele bijzondere eisen, zoals het meenemen van kinderen, van spullen en de rolstoel bij het lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Ook bewoners van een Wlz-instelling kunnen een vervoersbehoefte hebben die onder de Wmo 2015 valt. Vaak hebben zij een beperkte vervoersbehoefte, soms door hun beperkingen, maar ook door het feit dat zij geen boodschappen hoeven te doen en de huisarts aan huis komt. Bij het bepalen van de vervoersbehoefte gaat het niet om de vraag hoe vaak de cliënt een bepaalde bestemming wil kunnen bereiken, maar hoe vaak hij bestemmingen moet kunnen bereiken om deel te nemen aan het leven van alle dag en om de wezenlijke contacten die daarvan deel uit maken te kunnen onderhouden. Daarnaast is het van belang hoe de cliënt zich tot nu toe heeft gered, al dan niet met behulp van anderen en wat hij daarbij als belemmeringen heeft ondervonden. Reikwijdte lokaal verplaatsen De door het college te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer is voldoende passend als deze zich beperkt tot het mogelijk maken van het lokaal verplaatsen. Bij het lokaal verplaatsen gaat het om verplaatsingen in de eigen woon- en leefomgeving. Volgens jurisprudentie bedraagt de reikwijdte van het lokaal verplaatsen een afstand van 15 tot 20 km vanaf de woning van cliënt, dit komt overeen met 5 OV-zones. Omgerekend op jaarbasis komt dit neer op 1500 km of 600 OV zones. Buiten dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer, dat Valys in opdracht van het ministerie van VWS aanbiedt. De gemeente hoeft in het kader van de Wmo 2015 niet te voorzien in bovenregionaal vervoer. Het college stelt cliënten in staat om te reizen binnen 5 OV zones of 20 kilometer vanaf de eigen woning en kent op jaarbasis maximaal 600 zones toe waarmee participatie mogelijk is over een afstand van 1500 km per jaar. De maximale reisafstand van een enkele rit mag daarbij niet langer zijn dan 5 OV zones of 20 kilometer vanaf de woning van cliënt, waarbij voor de berekening van het aantal kilometers wordt uitgegaan van de kortste route volgens de ANWB Routeplanner. In onderstaande kaart zijn de OV zones weergegeven. Vervoersbehoefte van minderjarigen Er bestaat een duidelijke relatie tussen de leeftijd van een cliënt en diens verplaatsingsgedrag. Kinderen jonger dan 5 jaar hebben geen zelfstandige verplaatsingsbehoefte. De vervoersbehoefte zal in de regel niet dusdanig afwijkend zijn van die van niet-beperkte leeftijdsgenoten dat er aanleiding is voor een vervoersvoorziening. Kinderen van 5 tot en met 11 jaar hebben een beperkte individuele vervoersbehoefte voor deelname aan het maatschappelijk verkeer (verplaatsingen naast het reguliere woon-schoolverkeer, waarin wordt voorzien vanuit het leerlingenvervoer). Bij kinderen van 12 jaar en ouder spelen verplaatsingen zich veelal af binnen de mogelijkheden van de fietsafstand of openbaar vervoer. Uitzonderingen worden individueel beoordeeld. Doel van het vervoer Relevant is voor de Wmo het zogenaamde sociaal vervoer, oftewel vervoer in het kader van het leven van alledag in de eigen woon- of leefomgeving. Vervoer in verband met werk en het volgen van onderwijs hoort daar niet bij, vervoer in verband met bezoek aan (para-)medische behandelaars in de eigen regio wel. Voorrang regiotaxi Aan de hand van de vastgestelde vervoersbehoefte zal het college beoordelen of deze behoefte bij een cliënt met een maximale loopafstand van 800 meter opgelost kan worden door gebruik van de regiotaxi. Hierbij houdt het college rekening met de individuele situatie en persoonskenmerken en behoeften van de cliënt. Indien de regiotaxi een passende oplossing kan bieden, heeft die oplossing voorrang. Regiotaxi is een luxe vorm van openbaar vervoer die vervoert van deur tot deur. Ook mensen zonder beperkingen kunnen hier tegen kostprijs gebruik van maken. Mensen die vanwege hun beperkingen veelal zijn aangewezen op de regiotaxi kunnen voor korting in aanmerking komen. Met een Regiotaxipas kunnen zij tegen OV-tarief reizen met de regiotaxi over 5 OV zones. Ook mensen met beperkingen kunnen sommige ritten met het gewone ov maken. Het gewone OV is in toenemende mate toegankelijk voor mensen met beperkingen. Indien zij echt zijn aangewezen op de regiotaxi, is dat hun openbaar vervoer en dus betalen zij daarvoor het OV tarief. Indien collectief vervoer gezien de beperkingen van de cliënt geen passende ondersteuning biedt of niet beschikbaar is, kan het college een andere maatwerkvoorziening of een pgb voor een vervoersvoorziening verstrekken. Welke voorziening dat is, hangt helemaal af van de vervoersbehoefte op korte en langere afstanden, en de fysieke en geestelijke mogelijkheden van de cliënt. Het kan bijvoorbeeld – in uitzonderlijke situaties- gaan om een aangepaste auto, maar ook om een scootmobiel, een aangepaste fiets of een andere maatwerkvoorziening voor lokaal verplaatsen. Ernstig beperkte mobiliteit Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter en een relevante vervoerbehoefte op korte afstanden zal het college beoordelen of naast een voorziening als de regiotaxi ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstanden. In veel gevallen zal men overigens kunnen volstaan met het verstrekken van een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning. Voor een vervoersvoorziening, zoals een scootmobiel, voor de korte afstanden gelden de volgende voorwaarden: de persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis; deze problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter); er kan geen gebruik gemaakt worden van andere oplossingen, zoals het openbaar vervoer, de fiets, een rolstoel, rollator, stok, en dergelijke; in de vervoersbehoefte is niet of niet volledig te voorzien met collectief vervoer; er moet een geschikte stallingsmogelijkheid voor de voorziening zijn, of die mogelijkheid moet gerealiseerd kunnen worden. Als een scootmobiel noodzakelijk is voor de beperkingen van cliënt, maar een adequate stallingsmogelijkheid ontbreekt, dan is het college verantwoordelijk hiervoor indien mogelijk te zorgen. Een scootmobiel dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte en van elektrische aansluiting voorziene ruimte. Als het niet mogelijk is een adequate stallingsmogelijkheid te realiseren, kan er ook geen scootmobiel verstrekt worden. De stalling van een aangepaste fiets of driewielfiets is algemeen gebruikelijk. Hier moet de cliënt dus zelf voor zorgen. Maatwerkvoorziening voor gebruik eigen vervoer Zie over het gebruik van de eigen auto paragraaf 3.1 (eigen kracht). Als het college op basis daarvan besluit een pgb voor vervoer toe te kennen (voor de bovengebruikelijke ritten over korte afstanden per eigen auto) dan wordt deze berekend aan de hand van de actuele Nibud Prijzengids (Variabele kosten per maand, compacte middenklasse). Mantelzorg en begeleiding bij vervoer Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Zo kan het noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt vervoerd vanwege de (medische) noodzaak om tijdens het vervoer in te kunnen grijpen. Het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke begeleider is dan gratis.

Rechtspraak bij dit artikel