Het onderzoek vormt het hart van de Wmo. Via het onderzoek wordt helder:
welke beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie cliënt ondervindt;
of cliënt in aanmerking komt voor ondersteuning vanuit de Wmo;
welke voorzieningen eventueel worden ingezet.
Het is van groot belang, zo blijkt uit rechtspraak, dat het onderzoek in de juiste volgorde plaatsvindt. In hoofdstuk 2 van de Verordening is bepaald welke onderwerpen onderdeel uitmaken van het onderzoek. De volgende stappen worden tijdens het onderzoek achtereenvolgens gezet:
Melding
Vaststelling precieze hulpvraag
In kaart brengen van de beperkingen van cliënt en de ondersteuningsbehoefte
In kaart brengen of cliënt de beperkingen geheel of gedeeltelijk kan wegnemen met een beroep op:
Eigen kracht
Gebruikelijke hulp
Mantelzorg
Hulp uit het sociale netwerk
Algemene voorzieningen
Een beroep op andere wetten (Zvw, Wlz etc.)
Onderzoek of er een ondersteuningsbehoefte resteert waarvoor een maatwerkvoorziening moet worden ingezet en welke maatvoorziening cliënt adequaat compenseert
Onderzoek of er eventueel nog weigeringsgronden uit de verordening van toepassing zijn.
De cliënt ontvangt een weergave van de uitkomsten van het onderzoek en besluit wel of niet een aanvraag voor een maatwerkvoorziening in te dienen
Ad 2. Met vaststelling van de precieze hulpvraag wordt een inventarisatie bedoeld van de problemen die de cliënt ondervindt, in relatie tot de Wmo 2015. Het gaat dus om problemen bij de ADL, het voeren van een gestructureerd huishouden en participeren (waaronder vervoer). Vaststelling van de hulpvraag is noodzakelijk om richting te geven aan het onderzoek. Mogelijk is de hulpvraag breder dan op basis van de melding in eerste instantie werd gedacht, maar ook moet worden voorkomen dat een breed allesomvattend onderzoek plaatsvindt. Het betekent niet dat enkel wordt onderzocht of cliënt in aanmerking komt voor de gewenste voorziening.
Voorbeeld: Een cliënt meldt zich voor een vervoerspas voor de regiotaxi. Via het gesprek wordt duidelijk dat niet alleen sprake is van een vervoersprobleem, maar dat cliënt ook problemen heeft met het bereiken van de badkamer (een woonprobleem). Het nadere onderzoek spitst zich vervolgens toe op beide problemen.
Ad 4. Een beroep op eigen kracht, gebruikelijke hulp etc. (eigen oplossingen) komt pas in beeld als de omvang van de ondersteuningsbehoefte in kaart is gebracht.
Voorbeeld: Een cliënt heeft ondersteuning bij het huishouden nodig voor alle zware en lichte huishoudelijke taken. Er is wel een mantelzorger, maar deze wil alleen de lichte huishoudelijke taken op zich nemen (stoffen, afwassen, bedden opmaken). Dat betekent dat voor de zware huishoudelijke taken inzet van huishoudelijke hulp plaatsvindt.
Verkorte procedure
De gemeente kent de procedure waarin tijdens het huisbezoek een formulier ‘Samenvatting huisbezoek Wmo’ wordt ingevuld door de Wmo consulent. In de samenvatting worden de resultaten van het gesprek weergegeven. De samenvatting vormt daarmee het verslag als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 8 van de Wmo 2015. Als de cliënt dit wil, dan wordt door ondertekening van het verslag ook meteen de geïndiceerde voorziening aangevraagd.
Deze verkorte aanpak versnelt de Wmo-procedure. Met de werkwijze wordt immers voorkomen dat er na het huisbezoek een verslag moet worden opgesteld en verstuurd aan cliënt. Waarna cliënt het getekende verslag (als aanvraag) weer retour stuurt. De werkwijze wordt enkel gehanteerd in de situaties dat de informatie uit het huisbezoek toereikend is om op basis daarvan een besluit te nemen.
De samenvatting die tijdens het huisbezoek wordt opgesteld wordt naderhand verder uitgewerkt in een rapportage. Van belang hierbij is dat de rapportage in lijn is met de samenvatting en uit efficiency en privacyoverwegingen is toegespitst op de precieze hulpvraag van de cliënt.
Reguliere procedure
Het is ook mogelijk dat de Wmo consulent tijdens het huisbezoek tot de conclusie komt dat er nader onderzoek noodzakelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van het aanvragen van een medisch of ergonomisch advies of het opvragen van offertes. In die situatie wordt het verslag pas afgerond en aan de cliënt verstrekt nadat alle benodigde informatie is verkregen. In deze situatie komt de inhoud van het rapport overeen met die van het verslag dat aan de cliënt wordt toegestuurd. De cliënt moet het verslag na ondertekening voor gezien of akkoord retour sturen. Het ondertekende verslag dient als aanvraag.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 2.1