Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het college altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo nodig een bouwkundige calculatie wordt opgevraagd bij
een ter zake deskundig bureau.
De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen, voor zover van
toepassing, in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de kosten van de
maatwerkvoorziening dan wel vaststelling van het persoonsgebonden budget (hierna: pgb):
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen.
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden.
De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.1.7